UA-105762165-1

 



De ontwikkeling van het gebouw

We geven hier een overzicht van de complexe ontwikkeling van het gebouw relevant bij de bestudering van Rolduc III, we doen dit aan de hand van enige foto's en tekeningen. Het blijft moeilijk. Maar we beginnen met een raadseltje, hierna zijn uit een fotoalbum gemaakt voor september 1873 dat toebehoorde aan Eduard van Boom, zeven foto's van Rolduc opgenomen; probeer de twee op de eerste rij eens te dateren.












Welnu, als u de beide bovenste foto's vergelijkt en u zoomt in op de tien zolderramen tussen de twee grote torens op de cour, twee rijen van vijf, dan ziet u dat die op nagenoeg dezelfde manier open of dicht staan; de conclusie is dan ook dat de foto's op dezelfde dag gemaakt zijn en niet lang na elkaar als u let op de zon die in het zuiden staat. Op de rechter foto ziet u het grafmonument van Johan van Weede en dat is gemaakt omstreeks april 1871; op de linkerfoto ontbreekt het gedeelte van het gebouw waarvan de werkzaamheden begonnen rond september 1872 en dat in gebruik werd genomen op 7 oktober 1873. In januari 1874 komen er uit Canada objecten voor het natuurlijke historie lokaal dat in de nieuwe zuidvleugel is gevestigd. Kortom: de foto's zijn op dezelfde  dag gemaakt ergens in 1871 of 1872.  Iemand die veel verstand heeft van de bloei van de bomen zal nog wel kunnen vertellen in welk jaargetijde. De foto's op de andere rijen komen uit hetzelfde album en de conclusie is gerechtvaardigd dat ze ook uit 1871 of 1872 stammen. De eigenaar van het album en de maker van de foto's is Eduard van Boom, hij is in september 1873 met emeritaat vertrokken uit Rolduc om pastoor te worden in  Posterholt;  we weten van Pothast dat hij zich bezig hield met fotografie op Rolduc. Eduard van Boom was de fotograaf van  Rolduc voor 1873.  Op een plattegrond iets meer naar beneden, kunt u daar ook  een 'fotokamer' waarnemen dicht bij de watertoren. Die plattegrond is de situatie van voor 1872. Hierna het bidprentje van Eduard. Bovenstaande foto's kunt u downloaden in zeer hoge resolutie op de site van de RCE onder nummer: 54939, 54940, 54941, 63744, 63750, 63746 en 63747. Er zijn er meer bij RCE te vinden; u herkent ze dadelijk aan de hoekjes.







Het hoofdstuk over de ontwikkeling van het gebouw uit het jubileumboek 1843-1943; een basisdocument.


Deze kaart komt uit het gedenkboek 1843-1943; let op de zuidvleugel en onderken daarin drie componenten: het gedeelte 1872-1874 [ik zal het in het vervolg 1872-1873 noemen omdat de bouw start in sept 1872 en het gebouw is klaar 7 oktober 1873].; in het zuid-west gedeelte van het grote carré wordt in 1899 de speelzaal en studiezaal van Klein-Rolduc gebouwd door Corten; in 1924 de vleugel in het zuiden en in 1926 de vleugel in de noordkant van de grote cour. Let ook op het jaartal 1877 in de grote eetzaal; men moet met die data voorzichtig zijn. Het blijkt dat men met de bouw daarvan aanvangt 10 mei 1877 na afbraak en dat de nieuwe eetzaal in gebruik wordt genomen augustus 1878. Dit is o.a. van belang in het kader van het boek de Kleine Republiek; van Deyssel wordt Pasen 1878 weggestuurd van Rolduc. De bron voor deze feiten is o.a. Pothast.


Uit Rolduc in Woord en Beeld (RWB) de toestand voor 1849.


Rolduc in Vogelvlucht van Gerard Slits omstreeks 1865. In het jubileumboek 1843-1943. De foto hierna komt met die situatie overeen.


Dit is een foto die correspondeert met de tekening van Slits; immers de nieuwbouw die 7 oktober 1873 in de zuidkant in gebruik wordt genomen staat er niet op, de bouw is gestart september 1872; dus die foto is van voor 1872 of in dat jaar. Een zeer oude zeldzame foto dus. Hij staat in het jubileumboek 1843-1943.  Uit voorgaande weten we dat hij van 1871 of 1872 is.


Hier dezelfde foto van de RCE in hoge resolutie; nummer 054941. Situatie in 1871 of 1872. Zeer zeldzaam.



Emile Coenders uit Maastricht heeft op Rolduc gezeten in de periode 1864-1868; in bijgaand boekje beschrijft hij op een schitterende manier die periode. Een plattegrond van voor 1872 en de tekening van Slits en de bovenstaande foto zijn relevant in dit kader.  Zijn directeur was Antonius Jansen; hij was directeur van Rolduc van 6 januari 1856 tot zijn plotselinge dood april 1868. Op het einde van deze pagina heb ik meer over hem opgenomen, ook een foto.


Frans Zoetmulder was op Rolduc 1868-1874; hij beschrijft in het jaarboek zijn herinnering; o.a. van de brand in 1869 van de aula op het voorplein.


Florent Wibaut is van april 1870 tot juni 1873 op Rolduc geweest [opmerking: hij schrijft dat, maar hij en zijn broer Johan zijn op Rolduc gekomen pasen 1871; zijn broer overlijdt 18 februari 1872 te Vlissingen; e.e.a conform melding van een familielid aan mij; Florent zal zich vergist hebben] hij heeft zijn interessante herinneringen ook op papier gezet. De directeur is dan Everts. Joseph Cuypers is in 1872 ook op Rolduc. Vanaf pagina 20 kunt u de herinneringen lezen.

Merk op dat  hij op pagina 27 schrijft.." Er was over het algemeen vriendelijkheid in den omgang tussen leraren en toezichthouders en de kinderen. Maar teerheid, die kinderen op een leeftijd van elf tot vijftien jaar en ook nog wel ouder behoeven, was er niet, kon er niet zijn. Alleen reeds omdat alle vrouwelijke leiding ontbrak. een eigenlijk intieme verhouding kon er alleen bestaan tussen de biechtvader en de jongens...". Ik denk dat dat juist is; in ieder geval, ik had hetzelfde gevoel en gemis.  Emile Coenders schrijft ook over het gemis aan het vrouwelijke element, op pagina 79.

Florent Wibaut is van zijn geloof gevallen wat wel vaker gebeurt;  kan gebeuren uiteraard;  J. Sterck, de Vondel expert, noemt in het jaarboek 1937 zijn boek dan ook een hoogst gevaarlijk geschrift voor jonge lieden.  Ook dit is bijgevoegd. Sterck mag ook een mening hebben uiteraard.


Een plattegrond uit 1881; bron de RCE; BT-033580. Merk op dat de grafkelder van Heyendahl er nog op staat in het zuid transept. Vergelijk met de foto uit 1892 hierna. De studiezalen uit Rolduc IV bestaan nog uit elk twee compartimenten; let op de -Kanunnik- die daar 7 ramen telt en nu 5; de Kanunnik met 7 ramen is de eetzaal waarin sprake is in de Kleine Republiek. Als men goed kijkt ziet men de schietbaan, de beugelbanen en de wasbakken bij het bordes en nog veel meer.


Een belangrijke foto uit een voorloper van het boek  RWB uit 1893, een feestjaar want het seminarie bestond 50 jaar. Corten schrijft dat die foto uit 1892 is. Let vooral op het gedeelte van het gebouw uit  1872-1873: daarachter is te zien dat Klein-Rolduc nog niet bestaat, dat werd pas in 1899 gebouwd. Ook bestaat de speelplaats van Klein-Rolduc niet. Dit is de situatie zoals Joseph Cuypers [1872-1879] en Lodewijk van Deyssel [oktober 1875-pasen 1878] het huis hebben meegemaakt.  Joseph heeft de bouw  meegemaakt van het gedeelte uit 1872-1873; de bouw is klaargekomen en in gebruik genomen 7 oktober 1873.


Hier de foto van de RCE hoge resolutie; OF-05584. Situatie 1892.


Hier een sfeervolle ansichtkaart verstuurd op 8 januari 1908 door Theo DuChateau [1905-1909]; het beeld op de foto is echter  van voor 1899, immers Klein-Rolduc helemaal links achteraan is nog niet gebouwd.  Als u inzoomt op de ansichtkaart en u kijkt in de richting van het torentje in de tuin en het bordes op de cour dan ziet u daar een grote paal; welnu dat is een -pas volant- er waren er twee van; op de vogelvlucht uit 1865 van Slits hierna ziet u er ook een.

Er is een mooie beschrijving van dit en ander speeltuig van rond 1887 in het jaarboek 1930, zie de pdf hierboven. De pas-volant was een houten paal met ijzeren kettingen waarschijnlijk met een handvat , waarmee men kon ronddraaien. Er zat een draaimechanisme op de top van de paal.


Rolduc in 1893 in vogelvlucht vanuit het westen door R.A. van de Pavert (uit RWB pagina 1); men ziet hele leuke details: Klein Rolduc is er nog niet, dat komt pas in 1899; de gasfabriek achter de watertoren, in 1881 werd de gasverlichting ingevoerd; een koets bij de rechter west vleugel op het voorplein; de eilandenvijver; het kapelletje van Johan van Weede op het kerkhof; de rij kastanjes van het gebouwgedeelte 1872-1873 naar het oude torentje rechts [er is soms sprake van dat dat lindebomen waren]. Van Pavert is een tekenaar uit de kunstwerkplaatsen van Cuypers te Roermond [zie bijvoorbeeld RWB pagina 196]


Het gedeelte achter de westgevel aan de voorkant van Rolduc dat in  1899 is afgebroken voor Klein-Rolduc. Men ziet de kerktoren. Foto uit gedenkboek 1843-1943.


een zeer belangrijke plattegrond die de situatie aangeeft voor 1872; de foto is afkomstig van de RCE. Deze kaart zal wel gemaakt zijn i.v.m. met de nieuwbouw in 1872-1874 in het zuiden. Ook zijn de functies van de lokalen aangegeven zijn en de maatvoeringen, best uniek materiaal. Vaker staat er -latine-, -allemande- of -hollandais- voorafgegaan door een nummer, dat zijn de klaslokalen van bijv 6 latine, de laagste klas van het seminarie; er was ook een Duits en Hollands instituut. Let in dit kader vooral op de huidige brasserie de Kanunnik, dat was de eetzaal destijds; ook in de Kleine Republiek.  Die eetzaal had destijds 7 ramen i.p.v nu 5. Let ook op het feit dat de huidige grote studiezalen nog gesplitst zijn in telkens twee lokalen. De noordelijke studiezaal bestaat uit een recreatiezaal en een biljartzaal. Rond 1910 zijn die twee lokalen samengevoegd. Er is een ansichtkaart waarop de splitsing nog te zien is. Men vindt deze plattegrond met zeer hoge resolutie bij de RCE onder nummer 55358.


Hier nog eenplattegrond die de situatie van Rolduc weergeeft "van voor 1872"; is in 1950 gemaakt; u kunt hem downloaden bij RCE nummer 21195 . De infirmerie is goed zichtbaar en dat is van belang voor het boek De Kleien Republiek.


Hiernaast ziet u hoe de grote eetzaal [ in 1893ook speelzaal]  uit de tijd van de Kleine Republiek er uitzag;  als ik de foto positioneer naar de huidige stand: u staat in  de huidige brasserie de Kanunnik met naast u de ingang en u kijkt naar het westen, de richting van de watertoren.

De foto komt uit het  album van Eduard van Boom die tot september 1873 op Rolduc was; de foto is dus zeker van voor die tijd.

Er was in de tijd van de Kleine Republiek een grote en een kleine eetzaal; de kleine eetzaal waar die was in de Kleine Republiek is nog onbekend; op de plattegrond uit 1872 komt de grote eetzaal overeen met wat nu de -Kanunnik- is; de grote eetzaal destijds ziet u met de 7 ramen, de twee deuren naar de keuken zijn ook aangegeven. De huidige Kanunnik heeft 5 ramen.


U ziet dus een keukendeur op de foto, de linker. De zaal op de foto [de grotere Kanunnik], was in de tijd van Lodewijk van Deyssel de grote eetzaal, in 1893 is bekend dat ze speelzaal was,  van 1899 tot 1926 is eetzaal geweest voor de leerlingen van Klein Rolduc die daarna in de westvleugel aan het voorplein  een eigen eetzaal kregen.


Over de eetzaal in de Kleine Republiek:  Als men nu, 2020, in de brasserie de Kanunnik is dan telt men  5 ramen; de eetzaal in de Kleine Republiek was groter en had 7 ramen; Men kan e.e.a goed constateren als men naar de foto kijkt; men ziet de uitbouw voor de nieuwe eetzaal van 1877 rechts naast het poortje; rechts van de lamp die tegen de muur hangt, achter dat raam daar stonden de fornuizen van de keuken uit de Kleine Republiek [zie op bovenstaande plattegrond daar staat -fornuis-];  Als men goed kijkt op de plattegrond uit 1872 dan ziet men dat er bij het middelste raam van de zeven ramen een breuk zit, de vensterbank is daar dikker dan de anderen. Kortom: de eetzaal van van Deyssel is de huidige Kanunnik maar dan 40% groter of 2 ramen.


Hier de noordelijke grote studiezaal, de foto moet na 1910 zijn; merk op de pilaar links voor; die heeft te maken met de doorbraak van de biljartzaal naar de recreatiezaal. De deur staat open en men ziet de deur naar het huidige seminarie. Ik heb het idee dat de balken doorbuigen. Mooi de inktpotten en stapels boeken en zitmatjes. Merk op dat in de tijd van de Kleine Republiek de ruimte na de linkerpilaar met drie ramen de kleine  speelzaal was. De ruimte voor de pilaar was twee ramen groot en was de biljartzaal.


Klein - Rolduc speelplaats in RWB uit 1904. Dat betekent dat een gedeelte van de tuin is opgeofferd als speelplaats. Corten wilde een school die een brugfunctie had van de lagere school naar de middelbare school; o.a. de voorbereidende klas. E.e.a betekent dat voorheen er geen scheiding was tussen jongeren en ouderen.


Klein - Rolduc speelplaats in RWB uit 1904. De nieuwbouw is gedaan in 1899; vergelijk met de plattegrond boven.


Klein - Rolduc speelzaal in RWB uit 1904 richting westen.


een van de eerste bladen uit RWB uit 1904 gemaakt door van Pavert, men vindt een beschrijving van een soortgelijke plaat in RWB pagina 196; voor ons is belangrijk de schets Rolduc in volgelvlucht vanuit het oosten die ik uitvergroot heb hierna.   


Rolduc in vogelvlucht vanuit het oosten in 1904. Rechts het schone wapen van directeur Corten:  Cort et goet. Let er op dat Klein - Rolduc nu gebouwd is en dat er jongens spelen links van de rode poort [die ik alleen groen geschilderd ken]. Er zijn ook vreemde zaken: de toren heeft geen uurwerkplaat?; de hardstenen wasbakken op de cour zijn er niet?


De zuidvleugel rond 1943; de drie gedeeltes zijn goed te onderscheiden.


De grote eetzaal: bekijk eerst de foto's  hiernaast. De huidige grote eetzaal bevindt zich in het complex met de twee timpanen aan de noordkant. Dat gedeelte is 4 verdiepingen; beneden is de keuken. Hoelang denkt u dat daaraan gebouwd is in de negentiende eeuw?

Welnu bij Pothast in de Annales vinden we: op 25 maart 1877 gedurende de paasvakantie is men begonnen met de sloop van de gebouwen tussen de eetzaal [de huidige kanunnik] en de watertoren[zie de foto hiernaast , bron de RCE, nummer 063747]; op 10 mei 1877 legt Everts de eerste steen voor de nieuwbouw, die zou er nog moeten zijn;  op 8 augustus 1878 gebruiken ze voor het eerst het diner in de nieuwe eetzaal; op 12 augustus 1878 is er het feestdiner i.v.m de jaarlijkse prijsuitreiking met alle leerlingen. 

Lodewijk van Deyssel wordt met pasen 1878 van Rolduc gestuurd.  Hij heeft de nieuwe eetzaal niet meegemaakt;  de eetzaal in de Kleine republiek is daarom de huidige brasserie , de kanunnik. Die was destijds wel 7 ramen groot i.p.v de huidige 5. Joseph Cuypers heeft de nieuwe eetzaal wel meegemaakt want hij ging in 1879 van Rolduc.


Het afwezige op Rolduc.

Emile Coenen schrijft op pagina 79:

"Rolduc is een kleine wereld" zegt Craandijk in zijne Limburgsche wandelingen. Ja, eene wereld in 't klein, waarin ge alles en nog wat vinden kunt, behalve - in mijn tijd- het "ewig Weibliche".

Dat was streng verbannen , en vertoonde zich alleen op den eerste communiedag, bezoek en prijsuitdeling, in de gedaante van mama's en zusters.



De restauratie in 1976 onder leiding van Jos Stassen.

Hierna de sloop van de eetzaal van Klein-Rolduc en de aanvang bouw van de Kanunnik met Ben Velge. Let op dat er nu vijf  ramen zijn. Een oude gesloten deur wordt weer geopend. De vroegere houten deur is er nog altijd, achter een gordijn.













 Bestaat God, startend bij Pascal.

Dit thema zal toch zeker ook voor gelovigen belangrijk zijn; iedereen mag zijn eigen visie natuurlijk behouden. Op het einde van de pagina over de bijzondere directeur Antonius Jansen van Rolduc III.
















Directeur Antonius Jansen op Rolduc 1843-1868

geb. 17-9-1817 te Weert. Gestorven 11-4-1868 te Haelen.

 

"Weest toch leerzaam en houdt van orde en tucht want anders doet ge mij groot leed"

 

Directeur Jansen vind ik wat karakter betreft een zeer bijzonder directeur; hij is de tegenpool van directeur van der Mühlen. Jansen is van het type Stassen, de laatste zoals velen van ons gekend hebben met een beminnelijk en  vaderlijk karakter: het warme vuur op het toch koude Rolduc. Hoe Jansen omgaat met het notensysteem is erg mooi, hierna kunt u erover lezen. Het komt uit een geheime brief.

Emile Coenders geeft de volgende impressie van directeur Jansen:

Ja, het hart van dezen heiligen man was het hart van een vader geweest voor ons, voor de honderden en duizenden die aan zijne zorgen waren toevertrouwd geweest; maar van een vader die niets wist van de dingen der wereld buiten Rolduc. Rolduc was zijn wereld, was zijn één en alles, en te midden der kinderen om hem heen, die hij bewaakte dag en nacht met liefdevolle zorg, was hij zelf een kind gebleven.”.  

Een notitie over directeur Jansen die het beeld bevestigt dat Emile hierboven van hem geeft[1], is te vinden in een brief die geheim moet blijven van pastoor J. Hennus aan Mgr. H. Everts bij gelegenheid van een inventarisatie van oude gebruiken onder oud leerlingen die rond 1930 is uitgevoerd[2]

 “ Vooreerst dan ik moet bekennen dat Dir. Jansen een vroom priester was, hij las de H. Mis met den meesten eerbied, het was alsof wilde hij daardoor aan die toekomstige priesters een voorbeeld geven hoe zij later ook moesten doen…Zijn eerbied voor het Allerheiligste was groot…als hij een congé afkondigde in de eetzaal dan zei hij: ”dezen namiddag moogt ge rooken behalve de sixièmes en ik. Ik rook niet omdat ik mijn tong waarop ik dagelijks onzen lieven Heer ontvang, zoo rein mogelijk beware”..directeur Jansen was een vader voor de leerlingen. Hij noemde ze steeds –mes chers enfant- en als vrijdags de zwarte lijst werd afgelezen, dan kon hij de schuldigen zoo roerend vermanen en riep hij dikwijls uit Weest toch leerzaam en houdt van orde en tucht want anders doet ge mij groot leed, ah, ik begrijp dat mijn voorganger (Mgr Peeters) aan een hartziekte gestorven is, maak toch niet dat ik hetzelfde lot moet ondergaan, dit was een voorzegging ..5 jaar later was hij niet meer…”.

[1] Herinnering, p.152, over dir. Jansen.

[2] Rijksarchief Limburg 17.23, Onderwijsinstellingen van het derde Rolduc, inv.nr.1502