Rolduc  1831 - 1971
 


Deze pagina wordt nog bewerkt, dus werk in uitvoering

Nicolaas Heyendal 1658 - 1733 


Heyendal is meer dan een historicus en abt. Het meest is hij wel bekend als redder van de abdij in verband met de beschuldiging van Jansenisme. Ook is hij bekend omdat Simon Pieter Ernst (1744 - 1817) zijn geschiedenis van de abdij opgenomen heeft in zijn Histoire du Limbourg, suivie de celle des comtés de Daelhem et de Fauquemont, des annales de l'abbaye de Rolduc, in Deel VII (1852). 


Maar op deze pagina belichten we Nicolaas  van een andere kant, het is zeker  een interessant figuur waarmee we tegenwoordig nog veel wat kunnen. 


Nicolaas Heyendal werd geboren op 1 september 1658 in Walhorn, destijds gelegen in het hertogdom Limburg, tegenwoordig een dorp in de Belgische gemeente Lontzen, nabij Eupen. Hij werd nog op zijn geboortedag gedoopt in de Sint-Stefanuskerk van Walhorn. Hij heeft het jezuïetencollege gevolgd in Aken.  Zo'n  college is vergelijkbaar met een huidig gymnasium maar de klassieke talen moest je actief ook kunnen spreken.  Van dit type onderwijs is veel bekend, er is een algemene structuur voor dit schooltype  neergelegd in de zogeheten Ratio Studiorum van 1599. Van het specifieke college in Aken is  van alles te vinden.  Zijn filosofie opleiding heeft hij gekregen in het Dominikanen klooster van Aken.  Over deze opleiding is minder te vinden. 



Maar wat we wel kunnen stellen is dat hij op basis van deze opleiding op 23 december  1681 in Leuven niet meer de Facultas Artium (Faculteit der Artes of Faculteit der Vrije Kunsten) hoefde te volgen en rechtstreeks toegelaten werd tot de rechtenfaculteit. Het bijschrift -sol. iura- in het gedeelte uit het register van inschrijving , betekent dat hij het inschrijfgeld heeft betaald (solvit) en toegelaten wordt tot de studie rechten.  Voordat hij zich op 23 jarige leeftijd inschrijft in Leuven zou hij een aantal jaren militair zijn geweest, maar bronnen hiervoor zijn onduidelijk. Heyendal is tot ergens in 1683 in Leuven gebleven en volgde daar rechten. Destijds was de rechtenopleiding aan de Universiteit van Leuven in hoofdzaak een opleiding in het Romeinse recht en het kerkelijk recht. De studenten bestudeerden dus niet uitsluitend het recht dat in de Zuidelijke Nederlanden daadwerkelijk werd toegepast, maar vooral de twee grote juridische tradities van het Europese ius commune.  Toen hij zich op 23 december 1681 in Leuven inschreef met de aanduiding iura, kwam hij terecht in een universitaire omgeving waarin Romeins en canoniek recht centraal stonden. Het gaan naar colleges was verplicht. Over de zogeheten oud Leuvens universiteit is zeer veel bekend; het is vrij precies te achterhalen wat Heyendal daar moest bestuderen. 

Heyendal in Leuven

De colleges rechten werden gehouden in de nog bestaande Universiteits hal.

De lakenhal , Universiteitshal 

Heyendal in gesprek met Le Drou over het tractaat De Iustitia et Iure. Rechts de beroemde professor Lessius wiens tractaat over dit onderwerp wereldberoemd is en invloed heeft gehad op Grotius. Nog steeds interessant om te bestuderen. Le Drou kende het uiteraard.


     Heyendal heeft al die tijd gewoond in het Sint-Ivocollege (Collegium Sancti Ivonis) dat was het gebruikelijke  college in die tijd.  We hebben het gemarkeerd op de in 1652  door Joan Blaeu uitgegeven kaart van Leuven.  Waar lag het Sint-Ivocollege en waar vinden we die plek tegenwoordig? Wanneer je vanuit het station van Leuven de Bondgenotenlaan volgt in de richting van de Sint-Pieterskerk, passeer je het standbeeld van Justus Lipsius. Nog voordat je de Grote Markt bereikt, sla je linksaf de Leopold Vanderkelenstraat in. Daar bevindt zich Museum M-Leuven. Direct naast het museum, op nummer 30, stond het voormalige Sint-Ivocollege, dat tegenwoordig deel uitmaakt van het museumcomplex. Wie vanaf deze plek verder loopt in de richting van de universiteitsbibliotheek, heeft de historische locatie van het Sint-Ivocollege dus al achter zich gelaten. Dat Ivo college is een rijtje huizen en links ervan ligt een soortgelijk rijtje huizen en dat was het  Vicus Artium: tegenwoordig nummer 28. Hier werden de gemeenschappelijke vakken van de Artesfaculteit gedoceerd, waaronder filosofie. Een deel van het onderwijs vond daarnaast plaats in de vier pedagogieën: De Valk, De Lelie, Het Varken en Het Kasteel. Het was dus zeker een drukte in die straat.  



 

     Maar er is nog een belangrijke plek in Leuven waar Heyendal kwam en dat is het Augustijner klooster. Het bestaat niet meer maar het was gelegen aan de huidige vismarkt vlakbij het Drietalen college, het college ooit gesticht door Erasmus.  Le Drou doceerde hier theologie. Het is bij deze leraar dat Heyendal in zijn privé tijd minstens twee tractaten afschreef die tegenwoordig in het seminarie van Luik zijn bewaard. Le Drou was in 1681 en 1701 op Rolduc om te bekijken hoe de hervormingen daar waren verlopen. Heyendal schrijft dat als hij door een professor is beïnvloed is, dat het dan Le Drou is geweest.  

Het Augustijner klooster

Heyendal en Le Drou

idem op Vismarkt

Heyendal schrijft tractaten van Le Drou af.